Minister De Jonge: ‘Stijging keep-to-let geen reden tot zorg’

keep-to-let

Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Hugo de Jonge en hypotheekverstrekkers zien de stijging van keep-to-let niet als een probleem. De minister laat dit weten in antwoord op vragen van Kamerleden Pouw-Verweij en Eerdmans (beiden JA21).

De Kamerleden stelden in december vragen naar aanleiding van berichtgeving in het AD. Zij vroegen in hoeverre keep-to-let starters op de woningmarkt benadeelt. De afgelopen tien jaar hebben zo’n 62.000 huishoudens die een nieuwe woning kochten, hun oude woning aangehouden om te verhuren. En dit aantal stijgt.

Keep-to-let kwam veel voor in de periode 2009-2012, aldus de minister op donderdag 24 februari. Dit houdt waarschijnlijk verband met de trage verkoop van de vorige woning in deze crisistijd. Daarna is het aandeel keep-to-let woningen redelijk gestabiliseerd tot ongeveer 4% van de woningtransacties. De laatste jaren is sprake van een lichte stijging. Eigenaren houden hun woningen nu vaker aan als belegging. Dit blijkt uit onderzoek dat het Kadaster in 2021 uitvoerde in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Lees ook: Huizenkopers verhuren vaker oude woning

‘Geen woningen onttrokken’

Een andere tendens, buy-to-let – een woning aankopen voor de verhuur – kende na de crisis een sterkere opwaartse beweging, aldus De Jonge. Zowel bij keep-to-let als bij buy-to-let worden koopwoningen omgezet naar huurwoningen. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, vindt de minister. “Er worden immers geen woningen aan de woningvoorraad onttrokken en er is ook behoefte aan (betaalbare) huurwoningen.”

Hij geeft wel toe dat door de omzetting van koop naar huur het voor starters in de huidige krappe markt nog lastiger wordt om een koopwoning te bemachtigen. “Daarbij worden woningen steeds vaker duur verhuurd, waardoor ze niet betaalbaar zijn voor groepen als middeninkomens. Het rendement voor de verhuurder kan daarentegen fors zijn, zeker als de woning in een gunstigere markt is aangekocht. Dat voelt onrechtvaardig.”

Huidige maatregelen afdoende

Maar extra maatregelen neemt De Jonge niet. Hij wijst op andere maatregelen die al zijn genomen of gepland om starters meer kans te bieden, zoals de opkoopbescherming. Verder is de overdrachtsbelasting gedifferentieerd: starters zijn éénmalig vrijgesteld van overdrachtsbelasting en woningbeleggers betalen het algemene tarief van 8%; het kabinet wil dit in 2023 verder verhogen naar 9%. Ten slotte moeten middenhuurwoningen een vorm van huurprijsbescherming krijgen.

Geldgevers maken zich niet druk

De vragenstellers waren ook bezorgd over het feit dat veel van de woningen in kwestie verhuurd zouden worden in strijd met de hypotheekvoorwaarden van de bank. De minister deelt deze zorgen niet.

Ook op de hoogte blijven? Neem nu een proefabonnement en lees in Vastgoed 2 alles over Economie & hypotheken

  Bron: https://vastgoedactueel.nl/minister-de-jonge-stijging-keep-to-let-geen-reden-tot-zorg/