Algemeen

Bouwsector moet zich voorbereiden op krimp

Bouwsector moet zich voorbereiden op krimp

Ondanks de ambities van het kabinet daalt de nieuwbouwproductie de komende twee jaar met zo’n 10%. Het aantal opgeleverde nieuwbouwwoningen komt in 2023 en 2024 niet boven de 70.000 uit.

Dat zegt het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid in de studie ‘Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2023’. Krimp is het vooruitzicht voor de komende twee jaar. Het afgelopen jaar was er – met tegenvallende productiegroei – eigenlijk al een voorbode van.

Doorlooptijd toegenomen

Zo nam het aantal bouwvergunningen af van 80.000 woningen in 2021 naar 70.000 woningen in het afgelopen jaar. Ook is de doorlooptijd van de verstrekte vergunningen toegenomen; dit heeft in 2022 naar schatting 3.000 minder woningen opgeleverd dan verwacht.

Minder vergunningen en toenemende uitvoeringsproblemen bij al verstrekte vergunningen zijn niet los te zien van de problemen van gestegen rentes en hogere bouwkosten. Deze hangen allemaal, direct of indirect, met de oorlog in Oekraïne samen.

Daarnaast lijkt ook de beperkte capaciteit bij gemeenten om vergunningaanvragen tijdig af te handelen een rol te hebben gespeeld bij de uitvoeringsproblemen. Vorige week presenteerde het kabinet al voornemens om de planfase van nieuwbouw te versnellen.

Duurzaamheid is enige groeimarkt

Dan zijn er de meer structurele problemen rond het vinden van geschikte bouwlocaties. En er ontstond een nieuw probleem rond stikstof eind 2022 toen de Raad van State een streep haalde door de bouwvrijstelling. Dat de nieuwbouw van woningen toch nog licht kon groeien, kwam uitsluitend door de stevige groei van de vergunningverlening in 2021, die met vertraging de productie in het afgelopen jaar ondersteunde.

Al deze factoren werken door in de komende jaren. We moeten rekening houden houden met een krimp van de nieuwbouwproductie in zowel 2023 als 2024, voorspelt het EIB. De nieuwbouwproductie daalt met 3½% in 2023 en nog eens met 5½% in 2024. Duurzaamheid is op korte termijn nog de enige groeimarkt, waardoor de investeringen in bestaande woningen en andere gebouwen nog toenemen.

Verplichte hybride ketel

Op middellange termijn kan de productie weer aantrekken. Na 2024 zou de bouw weer met gemiddeld met 1½% per jaar kunnen groeien, en de sectoren herstel en verbouw zelfs met 4% per jaar. Hierbij speelt verduurzaming opnieuw een belangrijke rol, waarbij de verplichte hybride ketel in 2026 voor een sprong zorgt.

Grote onzekerheden

Het EIB benadrukt echter dat de onzekerheden dit keer groter zijn dan gebruikelijk. Zo zullen het verloop van de oorlog en daarmee verbonden internationale spanningen forse invloed hebben op de productie van de bouw. Weliswaar niet direct, maar wel indirect, via de doorwerking naar de rentes door het monetaire beleid en het beprijzen van onzekerheid. Ook de economische groei heeft grote gevolgen voor de bouw.

Drie scenario’s

Het EIB presenteert daarom drie scenario’s met uiteenlopende cijfers voor economische groei, inflatie, rentes en bouwkosten. Het gaat om twee minder gunstige scenario’s: lage groei met een lage inflatie (stagnatiescenario) en lage groei met hoge inflatie (stagflatiescenario). Daarnaast is er een scenario dat een vrijwel volledig herstel omvat naar de verhoudingen van voor de oorlog in Oekraïne (herstelscenario). We moeten de gestelde prognoses dus zien binnen de bandbreedte van deze scenario’s.

Amsterdamse ambities

Luchtpuntje is te zien in de gemeente Amsterdam. Hier zijn vorig jaar 8.401 woningen in aanbouw genomen. Dat is fors meer dan de jaarlijkse ambitie van 7.500 woningen die het stadsbestuur heeft afgesproken in het collegeakkoord. Vanuit historisch perspectief is daarmee naar eigen zeggen nog steeds sprake van een flinke groei. In de laatste negen jaar zijn ruim 63.000 woningen in aanbouw genomen. Wethouder van Dantzig waarschuwt wel dat de mooie cijfers van dit jaar zijn geen garantie zijn voor 2023.

  Bron: https://vastgoedactueel.nl/bouwsector-moet-zich-voorbereiden-op-krimp/